Anders is ook mooi

Diversiteit in de mode, het is een hot topic. En een extreem gevoelige en ingewikkelde kwestie, merkte Cécile Narinx in de twintig jaar dat ze modebladen maakt. Door schade en schande wijs maakt ze de balans op in Bazaars September issue dat volledig aan diversiteit is gewijd.

Het is spekglad ijs, en dat is het. In mijn poging alles en iedereen recht te doen ga ik ongetwijfeld iets opschrijven wat ik ondanks al mijn goede intenties nèt verkeerd heb geformuleerd. Als ik iemand beledig of op tenen trap zou ik willen vragen: wijs me op mijn gebrek aan inzicht. Help me opstaan als ik languit ga op dat gladde ijs. Voed me op.

De intentie die ik heb is deze: een eerlijk stuk schrijven over diversiteit in de mode. Nagaan waarom modellen in bladen en op catwalks jarenlang te wit, te dun en te jong zijn geweest, omzien naar waar het mis ging, vertellen wat er wel goed gaat en waarom. Hoe het nog beter kan. En vooral: beloven dat Bazaar zo divers mogelijk wordt en blijft, ook als diversiteit geen trend meer is.

Advertisement - Continue Reading Below
Advertisement - Continue Reading Below

Misschien zijn we wel een beetje doorgeslagen in dit nummer door bij alle mogelijke bureaus te vragen naar modellen met verschillende huidkleuren, van verschillende leeftijden en met verschillende kledingmaten. Misschien is het wel een heel fout soort Sesamstraat-casting, waarbij je alle vakjes (boomlange vogel, bejaarde, Marokkaan, Belg, homo, kikker, genderneutraal blauw monster) wil kunnen afvinken. Maar aan de andere kant: we laten onmiskenbaar zien dat ze er zijn, modellen in alle soorten en maten, en dat ze niet misstaan in het belangrijkste nummer van het jaar. Bovendien is het gebruikelijk om in het eerste nummer van een nieuw modeseizoen de trends luid en duidelijk te laten zien en een en ander een beetje uit te vergroten. En dus niet heel zuinig te doen met één ouder model, één Aziatisch en één zwart meisje. 'Maakt me niet uit wie of wat,' heb ik gezegd, 'cast zo divers mogelijk.' Waarna ik mezelf bij het bekijken van de foto's heb horen vragen: 'En dit model? Is het een hij of een zij?,' waarop het antwoord was: 'Euh… geen idee,' waarna ik dacht: en dat mág ook vooral niks uitmaken.

Maar laat ik mezelf nu niet gaan profileren als een visionair of trendsetter op het gebied van diversiteit, want dat ben ik niet. Toen ik begin 2003 hoofdredacteur werd van meidenglossy ELLEgirl was er in en op dat blad veel plaats voor diversiteit, maar dat was niet zozeer mijn verdienste. Het startsein daarvoor was gegeven door founding editor José Rozenbroek, die als eerste cover een foto van de ellenlange zwarte Jessica Gyasi en de toen nog onbekende, sproetige witte Lara Stone koos. Beide modellen waren gecast door chef mode Martien Mellema.

Ik vond toen ik de scepter overnam net als José dat we een taak hadden om de kwetsbare, jonge doelgroep te laten zien dat schoonheid meer was dan slank en blond. Bovendien verkochten de covers met gekleurde meisjes erop uitstekend – al moet ik eerlijk bekennen dat de derde cover, met de toen nog onbekende Doutzen Kroes op de cover, het beste verkocht van allemaal.

Cover poison & cover gold

Toen ik eind 2004 hoofdredacteur van ELLE werd besloot ik dat ook de covers van ELLE wel wat minder wit konden. Ik wist dat in bladenland het gerucht ging dat donkere modellen niet goed verkopen, net zoals de mare gaat dat groene logo's en modellen met kort haar niet verkopen, dat Nicole Kidman cover poison is, en Jennifer Aniston cover gold. De vierde cover die ik zelf kon kiezen, die van april 2005, koos ik voor een foto van het Britse donkere model Julia Sarr-Jamois met een afro in een Brabants bonte boerinnenjurk. Dat nummer verkocht vrij slecht. Al weet je nooit waar dat precies aan ligt, het meisje, de kleren, of allebei, toch besloot ik – want hijgende Franse en Nederlandse bazen in mijn nek, vrij onervaren als hoofdredacteur en braaf van geboorte – om het voorlopig maar bij commerciële witte covermodellen te houden.

'Een cover met Doutzen en Saskia de Brauw die elkaar vasthielden, werd door de bazen in Parijs als "too lesbian" beschouwd.'

Advertisement - Continue Reading Below

Toen in februari 2007 ook een cover met wereldster Beyoncé niet bijster goed verkocht begon ik te geloven dat het zwart-verkoopt-niet-gerucht waar was. Ondertussen bleek dat Lara Stone, Romee Strijd, Bregje Heinen en Ymre Stiekema het altijd goed deden. Met als absolute uitschieter ook hier weer Doutzen Kroes. Jong, blond, wit en slank leek het recept voor verkoopsucces, en dat is waar je – alle creatieve en maatschappelijke ambitie ten spijt – als hoofdredacteur door je CEO en CFO op wordt afgerekend. Dus kwamen Jessica Gyasi en andere donkere modellen niet verder dan modeseries, veelal op een zonnige locatie geschoten, in zomerkleren. Deden we iets met plussize modellen? Nee. Integendeel. Eén keer schoten we een cover met een anorectisch model, dat we eigenlijk van de set naar de huisarts hadden moeten sturen. In plaats daarvan trokken we een jasje over haar bikini aan zodat haar stakerige armen niet te zien waren. In de nabewerking hebben we de zichtbare ribben weggeshopt en een glansje in haar doffe blik getoverd. Ik schaam me er nog steeds voor. Deden we iets met oudere modellen? Nooit op de cover. Deden we iets met LGBT-modellen? Mondjesmaat, maar ook niet op de cover. Zelfs de suggestie van damesliefde werd gemeden. Ik herinner me een coverbeeld, met daarop Doutzen en Saskia de Brauw die elkaar keurig gekleed vasthielden, dat door de bazen in Parijs als 'too lesbian' werd beschouwd. Of we niet een variant hadden waarbij ze elkaar amper aanraakten? Ja die had ik, dus heb ik die maar gehoorzaam geplaatst.

Het nieuwe zwart

Kwamen er in die tijd geen boze brieven van lezers of activisten, vraag je je af? Kregen we nooit eens een uitbrander omdat we altijd uit hetzelfde vaatje tapten? Toch wel, want de vuurtjes rondom anorexia, huidkleur, photoshop en bont (wat we hier even links laten liggen) laaien altijd wel weer ergens op – wat logisch is natuurlijk, want het zijn stuk voor stuk gevoelige onderwerpen.

Nog één laatste anekdote uit mijn ELLE-tijd. In september 2012 maakten we een black issue, omdat zwart dat najaar écht onmiskenbaar de nieuwe modekleur was. Ter ere daarvan een zwart model in zwarte kleren op de cover zetten leek me een brug te ver. Zwarte kleren en een zwarte huid, dat zijn immers twee verschillende dingen, en een huidkleur zou los moeten staan van modetrends. Bovendien: de Italiaanse Vogue had niet lang daarvoor een black issue gemaakt met alleen maar gekleurde modellen en daarvoor behalve goede verkoopcijfers ook de nodige kritiek gekregen. Zo schreef columnist Priyamvada Gopal in The Guardian: 'This is black girls-as-white girls: all aquiline noses, large eyes, oval faces, hair coaxed into silky straightness or carefully turbaned away in shot after shot. As for "black", it's more latte than americano.'

Ik vond het een ingewikkelde kwestie en wilde daar met ons black issue verre van blijven – heel laf, inderdaad. Maar een totaal witte cast in een black issue zou ook raar zijn. Dus plaatsten we in het zwarte nummer een modeserie met het Soedanese model Grace Bol die lachend poseerde in felgekleurde kleren en met grote gouden sieraden. En schreef redacteur Iris Vandemoortele een verhelderend stuk over het dalende aantal zwarte modellen op bladen en catwalks en de blunders die er, al dan niet goedbedoeld, op het vlak van etniciteit gemaakt werden. Het ging over de Franse Vogue die Lara Stone in 2009 zwart had geschminkt, de Amerikaanse ELLE die de huid van actrice Gabourey Sidibe lichter had gemaakt, over het gebruik van de term slavenoorbel in de Italiaanse Vogue. Vandemoortele sprak hoogleraar gender en etniciteit aan de Universiteit Utrecht Gloria Wekker, die wees op het bestaan van onbewuste vooroordelen, op de neiging om zwarte modellen lachend, in felgekleurde kleding en behangen met gouden sieraden af te beelden. Oeps. Precies wat wij gedaan hadden dus.

Advertisement - Continue Reading Below

Ook hoogleraar crossculturele marketing van de Vrije Universiteit Hester van Herk kwam aan het woord. Zij legde uit dat rijkdom en welvaart onbewust met het westen wordt geassocieerd, en dat status voor velen gelijk staat aan wit en Europees – het gros van de grote luxemerken werd immers opgericht in Noord- Italië en Frankrijk– met als gevolg dat luxeadverteerders zelden voor zwarte modellen kiezen en kozen. En als er al een zwart model meeloopt in een modeshow is dat vaak een vorm van tokenism: één zwart model in een rij witte moet de schijn van diversiteit ophouden.

Geen vraag naar

Vandemoortele maakte de balans op en concludeerde dat sinds de hoogtijdagen van Naomi Campbell en Alek Wek het aantal zwarte modellen in bladen en op catwalks drastisch was afgenomen en dat er bij modellenbureaus amper zwarte meisjes te boeken waren omdat, zo zei een boeker, 'er geen vraag naar is.'

Het gevolg: een vicieuze cirkel waaraan ontsnappen hondsmoeilijk is. 'Om de status quo te doorbreken zal de goede wil die bij veel mensen in de mode aanwezig is, moeten worden omgezet in actie,' eindigde Vandemoortele gematigd hoopvol.

In november 2012 besloot ik het er daarom maar weer eens op te wagen. Ik wilde ook weleens weten of zwart minder goed verkoopt dan wit, of geel. We schoten drie covers: een zwart, een Aziatisch en een wit model, met als covertekst 'Oh, wat ben je mooi!' Ik vroeg onze marketeers of we drie verschillende streepjescodes konden gebruiken, zodat we achteraf precies konden turven welke van de drie het best verkocht had. Die streepjescodewissel was technisch onmogelijk, maar na een maand bleek dat het nummer het hoe dan ook niet goed gedaan had. Het is van mijn tijd als hoofdredacteur van ELLE de laatste keer dat ik een zwart covermodel inzette.

Veel te wit

Inmiddels zijn we vijf jaar verder en ben ik sinds drie jaar hoofdredacteur van Harper's Bazaar. Sommige boekers en fotografen hebben me de afgelopen jaren proberen te overtuigen van de noodzaak om alleen maar (voornamelijk witte) topmodellen op de cover te zetten, omdat je dat meer status en respect oplevert in de modewereld. In oktober 2016 zette ik daarom een zeventienjarig blond meisje op de cover, omdat, zo was mij verzekerd, zij dankzij Miu Miu-campagnes en een klus voor Vogue Italia helemaal booming was en we enorm boften dat ze voor ons mocht poseren. Toen het nummer gedrukt was, zag ik vooral een meisje in de leeftijd van mijn dochter, gehuld in vrouwenkleren die ze nooit zelf zou kunnen betalen. Mooi was ze, dat zeker, maar zonder levenservaring of zichtbare persoonlijkheid. Een piepjong hertje. Niet iemand om je als vrouw van 42, de gemiddelde leeftijd van de Bazaar-lezeres, mee te identificeren. Ik besloot om voortaan lak te hebben aan de 'must' om zogenaamde statusverhogende It-girls op de kaft te zetten en besprak met mijn team dat we zelf toch wel beter wisten wat bij Bazaar paste dan sommige ambitieuze boekers en fotografen. Voortaan moesten personality, eigenheid en volwassenheid de maat slaan. Dus trapten we 2017 af met para-atlete Marlou van Rhijn als covermodel, inclusief haar blades. In april sierde Christy Turlington de cover, met zichtbare rimpels. En in mei volgde Jane Fonda, 79 jaar oud.

Advertisement - Continue Reading Below

Wat gekleurde modellen betreft waren we ook best goed bezig – dacht ik. We hadden in 2016 alleen al covers gehad met Linda Spierings (50-plus en Indisch, twee diversiteitspunten, hoezee!), Ari Westphal, Damaris Goddrie en Kim Kardashian met Kanye West. Ook in het blad castten we al tweeënhalf jaar met grote regelmaat bruine en zwarte modellen en interviewden we vrouwen van alle mogelijke kleuren. Dus toen begin april van dit jaar de telefoon ging en een redacteur van Pauw vroeg of ik in de uitzending wilde reageren op het debat over de te witte Nederlandse tijdschriften dat was losgebarsten, zei ik vol zelfvertrouwen ja. In de uitzending trof ik (zoals ik ook al schreef in het voorwoord van Bazaar juni, vergeef me de herhaling) Jessica Gyasi, het zwarte model van de eerste ELLEgirl cover, en Janice Deul, modeactivist en journalist. Ze legden uit dat wat ik heel divers vond, in hun ogen veel te wit was. Dat bladenmakers zich niet konden blijven verschuilen achter het excuus dat er niet genoeg aanbod van zwarte modellen is. Dat ook de makers van de bladen te wit zijn, te wit denken. Jessica vertelde over de discriminerende opmerkingen die ze in haar modellencarrière te horen heeft gekregen. Ik zei dat ik als witte vrouw simpelweg niet weet hoe het is om zwart te zijn en probeerde uit te leggen dat sommige stylisten vinden dat je met een wit model meer kanten op kunt, een 'blank canvas' als het ware – een opmerking die me achteraf op social media enorm kwalijk werd genomen. Zeer terecht, weet ik inmiddels, maar toen dacht ik vooral: ja sorry hoor, wat is er mis met blank canvas? Ik bedoel het toch goed? Na de uitzending klampte een oudere, Gooise dame uit het publiek me aan. 'Nou nou,' zei ze, 'je kreeg het wel voor je kiezen van die donkere dames! Ze zijn ook altijd zo verontwáárdigd!' Dat dat een pijnlijke opmerking was, dat voelde ik dan weer wel.

Diverse modellen turven

De confrontatie in Pauw heeft me diep aan het denken gezet. Een modetijdschrift laat meer zien dan alleen kleren. Als bladen als Bazaar en ELLE de mening over schoonheid in textiele vorm beïnvloeden, dan doen ze dat ook op het vlak van uiterlijk. Punt uit.

Gerelateerd

Voor de eerste cover die we naar de drukker stuurden na de uitzending van Pauw besloten we daarom last minute de aanvankelijk gekozen cover met een wit model te vervangen door een alternatief, afkomstig van ons zusterblad Bazaar Arabia: een foto met vijf bruine en zwarte modellen. Niet lullen, maar poetsen, dacht ik. Niet morgen veranderen, maar vandaag. En ter voorbereiding van ons septembernummer, dat in z'n geheel gewijd is aan diversiteit, dook ik in de internationale cijfers, omdat ook tijdens modeweken en op internetfora de roep om diversiteit steeds luider wordt.

'Door hashtags als #BlackLivesMatter en #OscarsSoWhite krijgen dit soort onderwerpen nu wereldwijde aandacht.'

Advertisement - Continue Reading Below

Gelukkig is er vijf jaar na het artikel van Iris Vandemoortele goed nieuws te melden. Dit jaar zijn er op catwalks en bladen meer donkere modellen dan ooit te vinden. Waar dat aan ligt? Zonder daar een hoogleraar voor te raadplegen durf ik te zeggen: heel prozaïsch, omdat het Midden-Oosten en Afrika de snelst groeiende luxemarkten zijn. Het is ook omdat mode dankzij internet democratischer geworden is: influencers in alle soorten, kleuren en maten breken via Instagram eigenhandig door. Door hashtags als #BlackLivesMatter en #OscarsSoWhite krijgen onderwerpen die doorgaans niet aan bod komen in het publieke debat wereldwijde aandacht. Critici zijn dankzij datzelfde internet machtiger geworden en hun controle scherper. Online forum The Fashion Spot turft al drie jaar lang alle diverse modellen op de catwalks en levert twee keer per jaar een niet mis te verstane lijst af. Die van najaar 2015 liet zien dat op de catwalks in de vier grote modesteden en op covers maar 20 procent van de modellen niet wit waren. De Fashion Weeks voor najaar 2017 toonden een veel optimistischer beeld: het percentage diverse modellen was gegroeid tot 27,9 procent. Let wel: diverse modellen, want The Fashion Spot telt sinds kort ook plussize, oudere en transgendermodellen mee.

Het resultaat was nog best mager, maar zoals de gezaghebbende site The Business of Fashion (BoF) constateerde: the most diverse season in recent years. Het lijkt toch of er overal opeens kwartjes vallen. Bij Bottega Veneta liepen oudere modellen en celebrity's mee. Bij Max Mara en Alberta Ferretti liep model Halima Aden met een hoofddoek. Carine Roitfeld, die de casting voor beide shows deed, zette Aden ook op de cover van haar eigen CR fashion book. Dries Van Noten boekte voor zijn honderdste défilé alle lievelingsmodellen uit die voorbije shows, waarvan sommigen voor modellenbegrippen stokoud. In New York liep Madeline Stuart als eerste model met Down over de catwalk. Urban Outfitters castten behalve modellen van alle mogelijke kleuren ook plussize model Barbie Ferreira en transgenders Stav Strashko en Hari Nef voor hun Class of 2017-campagne.

Maar er is meer diversiteit te bejubelen. Het gezaghebbende modehuis Gucci is onder leiding van Alessandro Michele niet alleen 180 graden van ontwerpstijl gedraaid, maar ook van casting. Het draait op de catwalk en in de campagnes niet langer om gladde, heterosexy perfectie, maar om eigenheid en persoonlijkheid. Voor de prefall-campagne van dit jaar liet Michele louter zwarte modellen casten en op Instagram kwamen zelfs gefotoshopte aliens in Gucci-looks voorbij. De andere nieuwe modemessias, Demna Gvasalia, liet de najaarscollectie van Vetements tonen door een keur aan 'echte' mensen, of in Gvasalia's woorden:

'We took a survey of social uniforms, researched the dress codes of people we see around us.'

Advertisement - Continue Reading Below

Strong personalities

Omdat veel traditionele modellenbureaus niet aan de vraag naar karaktermodellen kunnen voldoen, springen alternatieve, onafhankelijke bureaus als Nii Agency, Mother en Midland in het gat. Zij leveren onorthodoxe modellen en het nieuwste van het nieuwste: nodels, modellen die niet zozeer model zijn, maar eigenlijk (of ook) schrijver, kunstenaar of anderszins creatief. Meer dan een knap snoetje en lange benen dus. Echte mensen, met een uniek verhaal. Met een eigen netwerk ook, zoals dat van het Ghanees-Britse model Adwoa Aboah, die met de Noorse casting director Madeleine Østlie agentschap AAMO begon en daarvoor putte uit haar eigen diverse Londense vriendenkring. Een klus voor de invloedrijke styliste Katie Grand, de vrouw achter het coole LOVE magazine, leidde weer tot andere invloedrijke opdrachtgevers als Marc Jacobs en Estée Lauder. En een heel nummer van LOVE magazine gewijd aan 'the girls who are changing the game', waaronder de gekleurde Aboah en Slick Woods, plussize model Molly Constable en Winnie Harlow, model en spreekbuis voor mensen met vitiligo. Het hele stel werd gefotografeerd door fotograaf Alasdair McLellan, die over zijn modellen zegt: 'They have strong personalities and something to say for themselves. That makes the pictures easier. It makes the pictures better.'

'Trends kunnen overwaaien, waardoor diversiteit opeens 'soooo last season' kan worden. En dat mag niet gebeuren.'

Samen schaatsen

Het goede nieuws is dus dat diversiteit dit modeseizoen een reusachtig grote trend is. Maar het is ook slécht nieuws dat het een trend is, want trends kunnen overwaaien, waardoor diversiteit opeens 'soooo last season' kan worden. En dat mag niet gebeuren. Want daarvoor is het onderwerp te belangrijk, te urgent ook. Te groot. In de twintig jaar dat ik werk in de modejournalistiek werd diversiteit, en dan met name op het vlak van huidkleur, nog nooit zo breed opgepakt. En nooit eerder was het in Nederland zo'n trending topic waar – met dank aan het zwartepietendebat – iedereen een mening over heeft. Om die vervolgens via social media meedogenloos en vooral nuanceloos rond te blaffen, waardoor gefundeerde en genuanceerde stemmen overschreeuwd worden.

Des te meer respect heb ik voor vrouwen als Anousha Nzume, Sylvana Simons, Sunny Bergman, Jessica Gyasi en Janice Deul die hun mond open blijven doen, dwars door een zee van bezwaren, doofheid, seksisme, onbegrip en discriminatie heen. Die geduldig blijven uitleggen dat er zoiets als white privilege bestaat, dat je je daar niet voor hoeft te verontschuldigen, maar dat je het wèl moet onderkennen en je verantwoordelijkheid moet nemen. Die geduldig blijven uitleggen dat kleurenblindheid onzin is, dat ze niet boos zijn maar onbegrepen. Die geduldig blijven uitleggen dat en hoe vierhonderd jaar kolonialisme werd weggemoffeld en gebagatelliseerd.

Tussen het schrijven van dit artikel door keek ik naar Dear White People op Netflix en las ik het boek Hallo witte mensen van Anousha Nzume. Gaandeweg viel eindelijk ook bij mij het kwartje. Nzume legt vriendelijk en duidelijk uit waaróm veel zwarte en bruine mensen 'zo verontwaardigd' zijn. Ik vond het een eye-opener van jewelste. Nzume schrijft: 'Er bestaan geen racistische wetten meer, maar er zijn wel tal van beslissers op allerlei niveaus, professioneel en maatschappelijk, die beleid bepalen, uitvoeren en verdedigen vanuit (onbewuste) vooroordelen zonder dat te onderkennen of zich daar bewust van te zijn.'

Well-dressed minds

Als beleidsbepalend hoofdredacteur, schrijvend journalist en talkshowgast heb ik ook de taak om waar mogelijk institutioneel racisme en discriminatie te helpen bestrijden en te pleiten voor bewustwording, te beginnen in Bazaar zelf. Iedereen die mij een beetje serieus neemt zou ik daarom willen vragen: léés dat boek van Anousha Nzume. Léés de stukken van Sylvana, Diana, Valentijn, Jessica, Edith en Annemarie in het septembernummer. Kijk naar Sunny Bergmans documentaire Zwart als roet, met je kinderen. Kijk naar Genderbende en ook naar Geslacht! van Ryanne van Dorst. Luister, leer, laat je opvoeden tot een woke person.

Ik begrijp best dat het ingewikkelde materie is, dat je misschien net als ik bang bent om uit te glijden. Ik snap dat je geen zin hebt om op je donder te krijgen voor iets waar je het kwalijke niet van inziet. Maar aangezien Harper's Bazaar bedoeld is voor well-dressed women with well-dressed minds zou ik willen vragen je mind op dit vlak nóg iets beter te dressen, omdat lezen, luisteren en begrijpen je rijker maken. En ons te helpen om diversiteit niet alleen te tolereren maar echt te accepteren. En te praktiseren, in elk nummer.

Als we elkaar vasthouden op dat spekgladde ijs vermijden we pijnlijke uitglijers, en komen we met z'n allen des te harder vooruit – op weg naar een nieuwe definitie van wat normaal is.

Dit artikel verschijnt in Harper's Bazaar septembernummer, dat vanaf dinsdag 15 augustus in de winkel ligt.

Sylvana Simons: 'Ik ben klaar met mijn plaats kennen en dankbaar zijn voor waar ik simpelweg recht op heb' >