Cécile verbaast zich: over de opgedoken carnavalshit van Patty Brard en Roy Donders

'Wat zijn ze lekker' gaat over Brabantse worstenbroodjes. Of toch niet?

Meest gelezen

Nog een dikke week en dan is het de elfde van de elfde. Elf november is de dag dat mijn lichtje branden mag, inderdaad, maar ook en vooral de opening van het carnavalsseizoen. Vanmorgen las ik al dat drie vrouwelijke gemeenteraadsleden uit Tilburg vinden dat het hoog tijd wordt voor een Prinses Carnaval, omdat het 'ouderwets en uit de tijd' (volgens mij komt dat op hetzelfde neer, maar: kniesoor) is dat de carnavalsvorst per definitie een man is. Daar hebben ze natuurlijk een punt, want totaal onfeministisch, al is het ergens natuurlijk óók zo dat een volwassen man die met lieslaarzen, een panty, een capeje, een glimmende pofbroek en een gevederd hoofddeksel op een platte kar staat te springen niet bepaald druipt van machismo.

Advertisement - Continue Reading Below

Hoe het ook zij: ik wéét nog niet wat ik ervan vind, dus onthoud ik me van commentaar – iets wat eigenlijk meer mensen zouden moeten doen in deze #metoo-tijden: gewoon luisteren, nadenken en botte oprispingen niet sans gêne en sans geduld op twitter plempen. Maar ik dwaal af.

Wat zijn ze lekker

De start van het carnavalsseizoen dus, het moment waarop er allerhande lolbroeken en hobbyisten gaan broeden op een nieuw carnavalshitje. Dat is gelukkig ook het moment waarop er uit de donkere krochten van Youtube schier vergeten dan wel onontdekt werk van diezelfde lolbroeken en hobbyisten opduikt. Zo kreeg ik – met grote dank aan Mevr. S. Wallis de Vries uit Amsterdam, die op haar beurt weer werd getipt door Dhr. J. Hoekstra uit Den Haag – het clipje Wat zijn ze lekker onder ogen dat al mijn verbeeldingsvermogen tart. In eerste instantie sloeg ik stupéfait een hand voor de mond – iets wat een aantal danseresjes uit de betreffende clip ook doet, maar dan met een stout-erotische oehlala-ondertoon, maar dat was bij mij bepaald niet de bijbehorende emotie. Ik was zoals gezegd stupéfait. Verbijsterd. Ontdaan. Perplex. Confuus. Met stomheid geslagen. Flabbergasted. Verpopzak.

Meest gelezen

Brabants worstenbrood

Het ongelooflijke is namelijk dat Roy Donders en Patty Brard ooit samen een carnavalsnummer hebben opgenomen. Dat gaat over worstenbroodjes maar zit bomvol verwijzingen naar mannelijke geslachtsorganen. En dan met name over de lengte van voornoemde aanhangselen. Ik citeer het refrein: 'Wat zijn ze lekker/wat zijn ze groot/twintig centimeter… (hier een ondeugende stilte, waarbij figuranten jolig de vingers op schouderbreedte opsteken)… Brabants worstenbrood!

Harde L

Toen ik van de eerste schrik bekomen was begon mijn hart een beetje te huilen. Zo heeft onze lieve heer carnaval natuurlijk niet bedoeld, en carnavalsliedjes al zeker niet. Het moet leuk blijven met carnaval, niet dubbelzinnig of plat. Ik heb een zachte G en een harde L van Jos van Oss was natuurlijk al een heel dubieus chanson, met scabreuze lyrics, maar dat had nog iets hartverwarmend kneuterigs. En als loflied op snacks vind ik Liever te dik in de kist van Stef Ekkel en René Karst ook een stuk beter dan Wat zijn ze lekker.

Advertisement - Continue Reading Below

Ik keek het clipje nog een keer, en luisterde iets beter naar de tekst. Patty Brard geeft in het eerste couplet blijk van zelfspot, wat op zich altijd goed is: 'Kilo's erbij / mijn god wat gaat dat vlug / met corrigerend ondergoed / duw ik zo alles terug'. Even dacht ik: dit is misschien wel meta-fout, een parodie op een parodie. Roy Donders heeft niet voor niks zulke witte tanden en roze lippen in de clip, ze hebben het vast extra vet aangezet en zelf het hardst van allemaal erom gelachen.

Dus keek ik nog een keer.

Maar het bleef pijn doen. Want niemand had echt lol, en lachwekkend was het zeker niet.

Het ligt niet aan Roy Donders, want die staat te stralen en die gelóóft erin. In worstenbroodjes én in carnaval.

Het zijn de outfits – die eencellige beefcakes met blote basten, de aanstellerige dansmariekes in verkeerde pekskes, de nonnenjurken, ja, zelfs de dansende zak friet is dubieus.

Het is de clip – die is veel te gelikt en overgeproduceerd. Ik bedoel: als je dan per se op niveautje Benny Hill wil opereren, doe het dan ook lekker kneuterig op z'n Benny Hills.

Het is de melodie – geen ziel, geen pointe, geen oorwurm.

Het is de polonaise – die is ongeïnspireerd.

Het is de tekst – een tekstdichter die de woorden 'corrigerend ondergoed ' meent te kunnen verwerken in een carnavalsliedje moet voor straf binnen blijven tot aswoensdag.

En bovendien: als je een lengte van schouder tot schouder aanwijst, dan is dat niet twintig maar zeker derig centimeter. Ik heb dat nagemeten.

Maar wat er vooral niet aan klopt, is Patty Brard. Sorry dat ik dat zo onverbloemd moet zeggen, want ik heb niets tegen Patty as such. Maar Patty is geen geboren carnavalsvierder, dat zie je zo. Ze heeft geen zachte G. Ze is niet verkleed of geschminckt – de overdadige shaping daargelaten – en ze kan niet zingen, dus wat doet ze daar?

Kift

Het is, kort en goed, niet echt. Niet overtuigend. Een slag in het gezicht van carnaval, het meest authentieke, eerlijke feest van allemaal.

Vraagt u zich nu af: is het de kift? Ja. Want als ons Royke genoegen neemt met een duopartner die niet kan zingen had hij natuurlijk ook gewoon mij kunnen bellen.