Cécile Narinx schrijft een open brief aan de carnavalhater

Carnavalvierster Cécile lucht haar hart.

Meest gelezen

Lieve carnavalhater,

Ik snap dat je het niet snapt – en dat geeft niks. Je kúnt het ook niet begrijpen als je het niet met moedermelk of paplepel toegediend hebt gekregen. Als het niet in je bloed zit, via een Limburgse of Brabantse of anderszins katholiek opgevoede voorvader of –moeder. Of als het virus is overgesprongen tijdens een bezoek aan het zuiden. Via een lange, hartstochtelijke, naar schminck smakende zoen onder de koude sterrenhemel, of heel simpel via een bierglas.

Advertisement - Continue Reading Below

Maar als je het eenmaal hebt, zoals ik, ben je voorgoed reddeloos en redeloos verloren.

Laat me je vertellen dat het virus lang kan sluimeren, sowieso van april tot de elfde november, de periode dat er feitelijk weinig te vieren, na te genieten of voor te bereiden valt. Het kan zelfs jarenlang smeulen, zoals in mijn geval, als je van het diepe zuiden tot boven de rivieren verhuist, en er geen enkele prikkel voorbijkomt die de waakvlam in een laaiend vuur kan doen overslaan.

Meest gelezen

Maar áls, ALS je dan een verdwaalde valse trompet hoort, een rammelende tamboerijn of een jammerende accordeon in de verte, of een flard muziek van Beppie Kraft, dan gebeurt het:

Je bloed begint te jeuken, de knieën worden week, het bovenlijf begint spontaan te deinen en de handen slaan met imaginaire sambaballen de maat in de lucht – terwijl diep uit je keel en nog dieper uit je geheugen letterlijke liedteksten opborrelen waarvan je niet eens wist dat ze nog in de jukebox van je hoofd zaten.

Onvoorstelbaar? Je hebt vast wel eens iets meegemaakt wat erop lijkt. Denk aan een avond doorzakken in de Bastille of Café Nol en luidkeels meezingen met André Hazes en Anita Meijer. Denk aan een Koningsdag waarop je van top tot teen in het oranje aan de lopende band nieuwe vrienden maakte en iedereen vrolijk en uitgelaten was. Denk bijvoorbeeld aan een enerverende schaatswedstrijd met de muziek van Kleintje Pils of aan de totale ontlading na een gewonnen WK-voetbalwedstrijd. Denk voor mijn part, als je ervan houdt, aan een sfeervol concert van de Toppers (vooruit, deze vergelijking is een uiterste noodgreep).

Denk daaraan, en dat keer elf, in de prachtigste en grappigste kostuums die je ooit zag. Denk daaraan, gesitueerd in de mooiste stad van het land, waar in de bontversierde cafés maar vooral ook daarbuiten op straat iedereen feest viert tot in zijn tenen en oorlellen. Waar jong en oud in stegen en op pleintjes danst op de muziek van de vele Zaate Herremeniekes.Waar iedereen drie dagen lang gelijk is, je gesprekken voert met volslagen onbekenden en oude vrienden weer tegen het lijf loopt – als je ze al herkent onder masker of schminck.

Het is een eeuwenoude traditie, de laatste uitspatting voor het vasten tot de Pasen, een laatste vaarwel aan al het lekkers dat brave katholieken zich veertig dagen lang moeten ontzeggen – het woord carnaval schijnt afgeleid te zijn van carne vale, wat vaarwel vlees betekent. Dat het voor een paar schobbejakken betekent dat ze drie nachten lang ongegeneerd in vrouwenvlees kunnen knijpen is al erg genoeg, maar doe het hele feest alsjeblieft niet af als een goddeloos zuip- en sjansfeest. Het is zoveel méér dan dat.

Lieve carnavalhater, geloof me als ik zeg dat het goed en mooi is. Vergeef mij en vele anderen dat we een goedaardig virus onder de leden hebben en lijden aan een gezonde ziekte. Láát ons, veroordeel ons niet. Beter nog: kom een keer kijken en laat je ook besmetten.

Vasteloavend same!

Xxx Cécile