Charlotte Rampling bekroond met de filmprijs Coppa Volpi voor haar hoofdrol in Hannah

Dit indrukwekkende essay schreef ze onlangs voor Bazaar.

Meest gelezen

Charlotte Rampling is op het Filmfestival van Venetië bekroond met de Coppa Volpi voor beste actrice voor haar hoofdrol in het psychologische drama Hannah.

In 1967 poseerde Charlotte (toen 21) als aanstormende ster voor Bazaar. Vijftig jaar na dato blikt de inmiddels gelauwerde actrice terug op haar leven in haar eigen boek én in dit stuk dat ze zelf schreef voor het meinummer van Bazaar.

Een fotoshoot in het Louvre is een voorrecht – gefotografeerd worden op een plek die al eeuwen lang gewijd is aan schoonheid. Ik heb het al eerder gedaan: ooit poseerde ik naakt voor Juergen Teller, staand bij de Mona Lisa. De foto's van vandaag zijn nogal dwingend. Ik hou van de kracht van de pose bij de gevleugelde overwinning, en van de tegenstelling tussen mijn gezicht en de gladde zachtheid van de marmeren beelden. Ik maak me niet druk over ouder worden. Ik ben nu in de zeventig, en dat is een goed gevoel: ik geloof dat elke keer dat je een nieuw decennium aantikt, er zo lang je je niet verzet of in paniek raakt, iets groots gebeurt. Er wacht altijd weer iets anders om de hoek.

Voor de Nikè van Samothrake in een zijden top, wollen blazer en bijpassende broek, alles Loewe, eigen schoenen.
Advertisement - Continue Reading Below

Los daarvan: jong zijn is ook niet makkelijk. Dat grote portret van mij, uitbundig sproetig, is bijna exact vijftig jaar geleden genomen voor Harper's Bazaar, door Bill King, als illustratie bij een verhaal over mijn swingende Londense leven. Indertijd was ik Charley, een vrij vogeltje, druk met lol maken. Ik vind het een ongewone foto, door de hoek van mijn gezicht, en de blik – alsof er echt iets smeult achter die glimlach. En dat was ook zo: nog maar een paar weken eerder was mijn zus Sarah plotsklaps gestorven in Buenos Aires, kort nadat ze bevallen was van een premature baby.

Haar dood veranderde de loop van mijn leven: het dwong me om dieper te gaan.

Toentertijd geloofde ik dat ze gestorven was aan een hersenbloeding. Drie jaar later vertelde mijn vader de waarheid: dat ze er zelf een eind aan gemaakt heeft. Hij vroeg me om dat niet aan mijn moeder te vertellen, wat ik ook nooit gedaan heb.

Sarah en ik waren altijd elkaars dikste maatjes geweest. Onze vader zat in het leger, dus reisden we voortdurend, en moesten we keer op keer onze vriendjes achterlaten.

Haar dood veranderde de loop van mijn leven: het dwong me om dieper te gaan. Ik kon niet doorgaan met mijn frivole leventje, of met het maken van luchtige films. Uiteraard had ik het er nooit over: mensen hadden het niet over hun privéleven toen. Als je een tragedie achter de rug had, dan hield je je mond en sukkelde je verder. De foto toont me op het keerpunt van een nieuw leven. Als ik ernaar kijk ben ik hoopvol. Ik denk: dat meisje krijgt nog een hoop voor haar kiezen maar ze heeft een geweldige attitude. Het is die houding die me er altijd doorheen heeft gesleept in mijn leven. Ik ben een optimist, overtuigd dat er altijd licht is aan de horizon. Ik heb me door gruwelijke depressies geworsteld maar wist altijd dat ik er weer uit zou kruipen aan de overkant. Ik ben sterk, net als mijn vader, die ook fysiek sterk was – hij was een Olympisch atleet – en ik heb een gigantische innerlijke veerkracht die me door tijden van twijfel en duisternis heeft gesleurd. Het leven gaat door, je gaat opnieuw voelen, opnieuw houden van iemand. Mijn moeder was fragiel, vandaar dat mijn vader vroeg haar niks te vertellen.

Charlotte naast Canova's Amor & Psyche in de Galérie Michel-Ange van het Louvre, in een linnen hemdjurk van Céline.
Advertisement - Continue Reading Below

Waarom maakte Sarah er een eind aan? Je zou het kunnen wijten aan een postnatale depressie, maar het enige wat ik zeker weet is dat ze wanhopig moet zijn geweest.

Gek genoeg maakte haar dood me duidelijk dat zelfmoord geen optie was. Ik zou het moeten volhouden tot het einde van mijn leven en de belofte aan mijn vader en aan mezelf in ere houden.

In de loop van mijn carrière heb ik ontdekt dat de keuzes die ik maak corresponderen met wat ik meemaak.

Ik was kreupel van woede – hoewel ik dat zelf niet wist. Woede is gewelddadig en allesverslindend, en maakt veel kapot. Het kostte diepe en grondige analyse om mijn weg erin te vinden. Van het begin af aan was mijn werk absoluut een soort therapie: ik drukte mijn gevoelens uit door mijn rollen in films als The Damned en The Night Porter. Het personage dat ik speelde in François Ozons Swimming Pool (2003) was naar mijn zus Sarah vernoemd. Misschien dat ik toeliet dat ze nog een keer bij me was, om haar te erkennen, want tegen die tijd was mijn moeder dood en hoefde ik het geheim niet langer te bewaren.

Advertisement - Continue Reading Below

In de loop van mijn carrière heb ik ontdekt dat de keuzes die ik maak corresponderen met wat ik meemaak. Soms realiseer ik me pas achteraf waarom ik me tot een onderwerp aangetrokken voel. Dat was het geval bij The Sense of an Ending. Ik nam de rol aan omdat ik dol was op de regisseur, Ritesh Batra, en ik was erg aangedaan door Julian Barnes' boek. Pas later realiseerde ik me dat ik alweer aangetrokken werd door een script over liefde, verlies en herinnering. Als de jaren vorderen kan het verleden een heel nieuw gezicht krijgen.

Tijdens het werken aan de film was mijn metgezel Jean-Noël (Tassez) erg ziek door de kanker die hij al maanden bevocht. Tot vlak voor het einde dacht ik dat er iets zou gebeuren dat hem kon redden. Maar dat was niet zo. We waren klaar met filmen in september, hij stierf in oktober.

Heel snel daarna gebeurde er iets geks. Er ging een gerucht over de film 45 years (de veelgeprezen film over een huwelijkscrisis, waarin Rampling tegenover Tom Courtenay speelt), het gerucht werd steeds sterker, en alsof de duvel ermee speelde werd ik genomineerd voor een Oscar. Voortdurend bezig zijn met zo'n positieve gebeurtenis was het beste wat me kon overkomen, en emotioneel voelde ik me beschermd, in een soort bubbel, alsof engelen me vasthielden.

'Ik móet werken, het schudt me wakker, het herinnert me dat ik een bruisend levend wezen ben. Ik weet dat als ik niet uitkijk mijn angsten me opnieuw besluipen.'

Ik heb altijd geloofd in onzichtbare krachten, ik voel me er sterk mee verbonden en ik weet dat ze me geholpen hebben. Ik geloof dat als er een dierbare sterft, je nog lange tijd door hen verzorgd word. Je kunt ze om je heen voelen en je helpt elkaar. Ik voelde dat Jean-Noël na zijn dood een paar maanden bij me is gebleven. Toen zei een vriend: 'Je weet vanzelf wanneer hij verdwenen is,' en dat was ook zo. En ik wist dat ik hem los kon laten, dat het tijd was.

Na de Oscars nam ik vrij en zei ik overal nee tegen. Zes maanden lang ben ik bezig geweest om te verwerken wat er gebeurd was. In augustus ging ik weer aan de slag met mijn leven en mijn werk.

Advertisement - Continue Reading Below

Ik móet werken, het schudt me wakker, het herinnert me dat ik een bruisend levend wezen ben. Ik weet dat als ik niet uitkijk mijn angsten me opnieuw besluipen. Ik moet ze onder ogen blijven zien, midden in het leven, anders gaan de lichten uit.

Een tijdje terug was ik in Boedapest, waar ik een krachtige rol speelde in een film met Jennifer Lawrence. Ik heb in Parijs op de planken gestaan met Sylvia Plaths gedichten – in de stem van die vrouw schuilt grote loutering. Ik heb ook gewerkt aan de vertaling van mijn boek. Het is geen autobiografie, want anekdotes en verhaaltjes uit mijn leven interesseren me niet. Niet dat ik iets te verbergen heb, ik wil alleen maar een andere manier vinden om mijn verhaal te vertellen. Ik had me al teruggetrokken uit een eerdere publicatiedeal toen ik een prachtige, ongewone brief kreeg van de schrijver Christophe Bataille. 'Ik heb het gevoel dat er een boek in je schuilt,' schreef hij.

Pas toen het boek af was realiseerde ik me dat ik me gelukkiger voelde. Lichter, op de een of andere manier.

Dus kwam hij om de paar maanden naar mijn appartement, kletsten we een poos en schreven we wat.

Ik wist al vrij snel dat ik het boek Who I am wilde noemen. Ik zei tegen hem dat het met zo'n titel wel het meest intieme deel van mijzelf zou moeten weerspiegelen. Het zal niks van doen hebben met mijn carrière, maar alles met met wat en hoe ik geleefd heb – het is mijn jeugd. Hoewel het geen bewuste zoektocht was om over mijn zus te schrijven, eindigt het bijna als een gedicht voor haar. Pas toen het boek af was realiseerde ik me dat ik me gelukkiger voelde. Lichter, op de een of andere manier.

Ik ben alleen nu, maar er wacht altijd iets nieuws om de hoek. Ik kan het niet helpen dat ik hoopvol blijf.

Meer van dit in je timeline? Like Harper's Bazaar op Facebook>